columns Columns     . Hypocriet

.

Ze was nog heel erg jong en wilde niet langer leven. Haar ouders maakte steeds ruzie, op school kon ze ook amper mee komen en voor de jongens was ze niet aantrekkelijk.
Toen ze haar tentamen slecht maakte en de leraar haar voor ‘dommie’ uitschold en haar ouders weer eens ruzie maakten, was dat de druppel.
Was Marie-José nog te redden… Wilde iemand haar nog helpen? Het was 15 december en Marie was zich aan het klaarmaken voor school. ‘Het is binnenkort kerst. Wat wil je hebben voor je kerst, een driewielertje met elektromotor?’ Zei haar vader lachend. Ook haar moeder begon te lachen. ‘Plaag dat kind toch niet zo.’ ‘Ach mens… Het is maar een geintje.’ En weer begon er een ruzie.
Marie pakte haar tas en ging naar school toe. Ze was moe, want ze had die nacht niet geslapen omdat haar ouders weer eens ruzie maakten over de huurschuld en schuld bij de belasting. Haar vader wou dat zijn vrouw ook eens aan het werk ging, want ze konden zo het hoofd niet boven water houden.

Ze was een keer bij de dokter geweest voor slaappillen, maar die kreeg ze niet. En de dokter wilde ook niet veel doen, want ze werd niet mishandeld, tenminste dat zei hij, maar geestelijk kan je ook iemand kapot maken, wat haar ouders dus wel deden.
Onder de Engelse les kon ze haar ogen niet meer open houden en deed een hazenslaapje. Haar leraar zag dat en maande iedereen tot stilte. Hij blies een papieren zak op, sloop naar haar toe en liet de zak knallen! Marie schrok enorm en alle leerlingen begonnen hard te lachen.
‘Nou Dombo, wat is in het Engels slaapkop.’ Zei de leraar streng. Marie haalde haar schouders op.

Gelukkig werd ze gered door de schoolbel, middagpauze. Ze rende naar buiten en rende door de oude straten van Amsterdam. Ze kwam nu in een buurt, waar een normaal mens liever niet kwam en stopte bij een oud vervallen pand. Daar klopte ze vier keer aan de deur.
Een man met een getinte huidskleur deed de deur op een kiertje open. ‘Ohw ben jij het. Heb je geld bij je?’ Marie knikte en gaf hem het geld, vijftig euro, zoals afgesproken was. Hij gaf haar een zakje met wit poeder en deed de deur dicht. Op het zakje stond met kleine letters te lezen: Peruaanse Sol. Een middel die artsen gebruiken voor euthanasie. Mensen vallen in slaap en blazen dan hun laatste levensadem uit.

Marie verstopte het in haar tas en rende terug naar school waar ze net op tijd was voor de les. ‘Kijk daar hebben we onze schone slaapster.’ ‘Dan moet ze nog wel lang slapen’ Zei een van de leerlingen en daar werd hard om gelachen, ook door haar leraar.
Ze liep de klas uit, pakte haar fiets en ging er vandoor. Bij het IJsbaanpad zocht ze een rustig plekje waar bijna niemand kwam. Ze legde haar fiets aan de kant van een sloot in het hoge riet. Uit haar tas haalde ze een flesje water en dat witte poeder.
Even schoot haar het leven door haar heen, haar ouders die steeds ruzie maakte, haar tentamen die ze had gemaakt, de scheldpartijen naar haar hoofd. Ze kon zich eigenlijk niets herinneren wat leuk was.
Ze keek nog even naar het zakje met de poeder en ondanks dat het bijna winter was, had ze het warm.
Ze wist gewoon… ze was niet welkom. Ze had genoeg van alles. Ze pakte een kladblok uit haar tas en schreef:

Nu heb ik rust, nu heb ik vrede, voor mij is er geen andere weg meer.
Mijn ouders die alleen maar ruzie maken, waar ik totaal geen liefde en
hulp van krijg.
De leerlingen die mij verrot schelden en ook de leraren die mij totaal
niet helpen. Zelfs de dokter gaf me niet de steun die ik zocht.
Wat voor leven heb ik nu nog. Voor mij is dit het einde. Ik ga nu naar
een betere wereld.
De steun waar ik altijd naar zocht kon ik nergens vinden. Ik ben kapot
gemaakt en nu ga ik slapen, dag wrede wereld.

Ze deed het briefje in haar tas, maakte het flesje met water open en deed voorzichtig daar het witte poeder in en draaide het dopje er weer op. Ze schudde het flesje, draaide het dopje er af en dronk het flesje leeg. Er was nu geen weg meer terug. Tranen liepen over haar wangen. Haar hart klopte rustig en een warme gloed kwam over haar heen. Ze kreeg slaap en even nog schoot haar leven door haar heen. Ze had zo graag piloot willen worden van een groot vliegtuig. Lekker naar alle landen vliegen.
Langzaam viel ze in slaap. Haar hart bonkte nog een paar keer, maar hield er toen mee op. Nu had ze rust. Rust die ze wilde hebben.

Vijf dagen later werd ze gevonden door een toevallige voorbijganger die haar hondje uitliet.
Iedereen was in tranen geroerd en sprak van een leuke spontane meid en dat ze zo aan het einde van haar leven kwam. Iedereen hield van haar.

Moraal van het verhaal?
Dat mensen soms verdomd hypocriet zijn. Niets anders dan goeds over de doden zeggen ze dan. Maar zichzelf schuldig maken aan het treiteren van andere mensen en als diegene dan dood is, gaan ze ineens slachtoffertje spelen, terwijl ze dondersgoed weten dat ze eigenlijk zelf de moordenaar zijn. Een moordenaar die vrijuit gaat. Want ook geestelijk kan je iemand kapot maken met de dood tot gevolg.
Waarom niet eerlijk zijn en zeggen:
‘Ik vond het een raar mens, beetje gestoord gevalletje. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar zo oordeelde ik gewoon over haar. En dat heb ik fout gedaan. Ik had eigenlijk meer van haar achtergrond moeten weten. Ik wist niet dat ze zo alleen was en vernederd werd. Ze had hulp nodig en die gaven we niet.’

Nee… een beetje gaan zitten janken met krokodillentranen omdat je een deel van haar zelfdoding bent!

 

end
home
home